|
Door Leslie T. O’Neill
Tegenwoordig worden er grote volumes aan foto's en video's, gescande documentimages en andere bestanden gecreëerd, en deze moeten zodanig worden gearchiveerd dat ze worden beschermd. Tevens moeten ze eenvoudig kunnen worden doorzocht en voor altijd beschikbaar zijn voor grote groepen gebruikers. Het is riskant om gebruik te maken van bedrijfseigen, gesloten-bron archieftechnologie voor dit type vaste-contentarchief, omdat de gegevens geïsoleerd kunnen raken op een "archiefeiland", als de leverancier zijn onderneming staakt, als de archiveringsorganisatie belangrijk technisch personeel kwijtraakt, als het product significant wordt gewijzigd, of als nieuwere technologie het product vervangt.
Een gratis en open archiefNaast het feit dat het risico van afhankelijkheid van één leverancier wordt beperkt, maakt Project Honeycomb objectopslag uitbreidbaar en betaalbaar. Het StorageTek 5800-systeem is het enige geïntegreerde, op open-bronsoftware gebaseerde opslagsysteem waarmee bestanden kunnen worden gelabeld en opgehaald met metadata, waardoor specifieke content aantoonbaar sneller kan worden gevonden. Dit is een belangrijke voorziening, wanneer de gebruikers van uw organisatie honderden miljoenen bestanden doorzoeken. Een object met vaste content kan worden gearchiveerd met behulp van rijke metadata; doorzoekbare labels van elk bestand zouden bijvoorbeeld een beschrijving kunnen bevatten van een foto of video, informatie over de resolutie ervan, de datum waarop het origineel werd gemaakt, etcetera. Omdat Sun de kernengine van de StorageTek 5800 beschikbaar heeft gemaakt door middel van open broncode, kunt u van deze engine gebruik maken voor het opslaan en ophalen van vaste objecten, en voor het labelen en het doorzoeken ervan. Aan de slagU kunt vandaag al beginnen met het bouwen van een objectarchief voor de bibliotheek van uw onderneming. Hieronder leest u hoe u dit doet:
Leslie T. O'Neill schrijft over Sun technologie en was werkzaam als Test Center Managing Editor en Special Projects Editor voor InfoWorld magazine. |
| |||||||